Wikia


USS Chicago
USSC
Type Pantserkruiser
Land van herkomst Verenigde Staten
Bouwfirma John Roach & Sons, Chester, Pennsylvania
Ontwerp
Productie (kiel / te water / in dienst) 1883 / 1885 / 1889-1923
Gebruiker(s) US Navy
Specificatie

Afmetingen (lengte/breedte/diepgang) 104,30 m. / 14,70 m. / 5,80 m.
Bepantsering Dek: 38 mm. / Magazijnen: 19 mm. / Kanonschilden: 100 mm. / Commandotoren: 76 mm.
Bewapening 4x 8"/30 Mk 2 kanons, 8x 6"/30 Mark 1 kanons, 2x 5"/31 Mark 1 kanons, 2x Ordnance QF Hotchkiss 6-pounder kanons, 4x QF 3-pounder Hotchkiss kanons, 2x Hotchkiss 1-pounder revolverkanon, 2x Gatling gun.
Vliegtuigen geen
Voortstuwing 14x boilers, 2x Compound-stoommachines van 3791 kW (5084 pk)
Waterverplaatsing 4864 volbeladen
Snelheid/Bereik 14 knp /
Bemanning 470
Einde In mei 1936 verkocht, in juli 1936 gezonken tijdens haar afleveringsreis van Honolulu naar San Francisco.

In de periode na het eind van de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) bleef de Amerikaanse marine fundamenteel onveranderd qua concept en uitrusting. De marine kwam technisch zodoende tot stilstand, de diverse bestuurders hadden weinig interesse in militaire en marinezaken, en het land hield zich meer bezig met de wederopbouw na de oorlog. In de jaren na 1880 begonnen de VS verder over de grenzen heen te kijken naarmate de economie, handel en bevolking begon te groeien. Men kon toen niet langer de veroudering en ontoereikendheid van de marine negeren. Deze factoren zorgden in 1882-1883 voor de overgang van de 'oude marine' naar de 'nieuwe marine'.

Een van de eerste resultaten van dit proces was de invoering van moderne kruisers, en een van de eerste daarvan was de USS Chicago, een pantserkruiser die door John Roach in december 1883 op stapel werd gezet voor voltooiing in april 1889 door Roachs opvolger Delaware River. De Chicago werd minimaal bepantserd, met een dek van slechts 38 mm. dik en 41,45 m. lang boven de machinekamers, maar slechts 19 mm. dikte boven de magazijnen. De vier 203-mm kanons van het hoofdgeschut werden bevestigd in vier platformen op het bovendek, terwijl het tweede geschut van acht 152-mm en twee 127-mm kanons werd geïnstalleerd op het hoofddek, met de kleine kalibers rechtsachter. Al deze kanons waren korte L30 wapens. De vijf cilindrische ketels van de stoommachinerie waren ietwat ongewoon omdat ze uitwendig werden opgestookt, en het schip werd opgetuigd als een bark.

De Chicago werd in 1895-1898 aangepast. Het ging hierbij vooral om het pantser, geschut en de machinerie. Zo kwam er 38 mm. dekbeplating over de stuurinrichting, een strook van 25 mm. zijpantser om de kanonniers te beschermen, 21,3 m. van 28,5 mm. dik boegpantser voor meer kracht bij ramacties, en 76 mm. pantser voor de commandotoren. Daarnaast werden 203-mm L35 kanons ingevoerd en de tweede batterij werd vervangen met veertien 127-mm L40 kanons. Verder ging men over op zes Babcock & Wilcox en viercilinderketels voor het aandrijven van horizontale triple-expansiemachines die een vermogen leverden van 6710 kW aan twee schroeven voor een snelheid van 18 knopen. Ook verwijderde men de zeilen.

Van 1910 tot 1917 diende de Chicago bij twee zeemilities van de staat, en in 1917-1923 veelal met duikboten met slechts vier 127-mm L51 kanons. Het werd in 1923-1925 een wachtschip bij Pearl Harbor, in juli 1928 omgedoopt tot de USS Alton en in 1936 verkocht, maar het verging op sleeptouw naar San Francisco.