Wikia


Sopwith Pup
Pup
Type Jachtvliegtuig
Land van herkomst Groot-Brittannië
Bouwfirma Sopwith Aviation Company
Ontwerp Herbert Smith
Productie (eerste vlucht / In gebruik / in productie) 1916 / 1916 / 1916-1918
Gebruiker(s)
Specificatie

Afmetingen (lengte / spanwijdte / hoogte / vleugeloppervlak) 5,89 m. / 8,08 m. / 2,87 m. / 23,60 m²
Gewicht (leeg / max. startgewicht) 358 kg. / 557 kg.
Motor(en) 1x Le Rhône luchtgekoelde rotatiemotor van 60 kW (80 pk.)
Prestaties (snelheid / plafond / bereik) 180 km/u op zeeniveau / 5600 m. / 540 km.
Bewapening 1x 7,7-mm Vickers machinegeweer
Bemanning 1
Gebouwd 1770
Gebruik (Landen) België, Australië, Griekenland, Japan, Nederland, Roemenië, Rusland, Groot-Brittannië, Verenigde Staten.

Hoewel van officiële zijde alles werd gedaan om dat te voorkomen, maakte Herbert Smith's eerste eenzits verkenner alom geschiedenis als de Sopwith Pup. Het was namelijk voor iedereen duidelijk dat het toestel een nazaat was van de Sopwith 1 1/2 Strutter tweezitter. Het prototype van de Pup werd door de experimentele afdeling van Sopwith in februari 1916 aan de Admiraliteit beschikbaar gesteld. Dit toestel en de vijf eropvolgende (allemaal vermoedelijk uitgerust met Clerget rotatiemotoren van 60kW) werden voor tests naar de Royal Naval Air Service gestuurd, die er meteen enthousiast over was. Alle testvliegers waren ingenomen met de prestaties en de handelbaarheid van het toestel.

De productie en levering kwam traag op gang, voornamelijk vanwege het gekibbel tussen de Admiraliteit en het ministerie van Oorlog over prioriteiten. Het ministerie kon niet verkroppen dat een commercieel ontwerp beter was dan een toestel van de overheids-ontwerpbureaus, in dit geval de vrijwel waardeloze Royal Aircraft Factory B.E.12. Ten tijde van de grote Slag aan de Somme van medio tot eind 1916 verging het de squadrons van het RFC slecht, en het befaamde RNAS No. 8 Squadron ('Naval Eight') werd met zijn Pups vanuit Duinkerken naar het zuiden gestuurd om te assisteren. Het nieuwe toestel voldeed zo uitstekend dat beide vliegdiensten al spoedig smeekten om meer Pups.

Tegen het einde van 1916 hadden Nos. 54,46 en 66 Squadrons, RFC Pups verworven (inmiddels uitgerust met Le Rhône rotatiemotoren) en ook Nos. 2,4,9,11 en 12 Squadrons, RNA beschikten over de kleine verkenner. Dankzij zijn uitstekende wendbaarheid bleef het type de schrikbarende verliezen bespaard die andere toestellen leden tijdens 'Bloody April' in 1917. Ondanks zijn geringe topsnelheid en enkelvoudige bewapening kon de Pup zich meten met vijandelijke verkenners als de Albatros D.III. Dat was althans de mening van de aas luitenant (later majoor) James McCudden. Hij rustte zijn Pup uit met een Lewis mitrailleur om Gotha bommenwerpers te onderscheppen, die vanaf de zomer van 1917 raids op Londen ondernamen. Een van de succesvolle Pup-vliegers uit de dagen was luitenant H.S. Kerby van de RNAS, die vanaf zijn basis Walmer op 12 augustus een Gotha neerhaalde en op 21 auustus nog één.

De Pup werd ook beroemd vanwege de experimenten vanaf vliegdekschepen die ermee werden uitgevoerd. Kapitein E.H. Dunning maakte zijn eerste deklanding in oorlogstijd toen hij op 2 augustus met een Pup op HMS Furious neerstreek. Op 7 augustus volgde een tweede landing. Bij de derde landing sloeg zijn motor af en Dunning verdronk. Daarna werden Pups veelvuldig gebruikt voor het perfectioneren van de nieuwe techniek. Ze kwamen terecht op de vroege vliegdekschepen, op meerdere lichte kruisers en ook op de slagschepen HMS Repulse en HMS Tiger. Ze werden vanaf rails op de geschutstorens gelanceerd.

Varianten

  • Sopwith Admiralty Type 9901: Officiele benaming.
  • Sopwith Pup (official designation Sopwith Scout): Eenzits gevechtsvliegtuig, 1770 gebouwd.
  • Sopwith Dove: Tweezit civiel vliegtuig, 10 gebouwd.
  • Alcock Scout: Vliegtuig gebouwd uit de restanten van gecrashte Pups en andere vliegtuigen, 1 gebouwd.
  • Beardmore W.B.III: Scheepsvariant, ontworpen om in kleine ruimtes te kunnen opgeslagen worden, 100 gebouwd.