Wikia


Schnellboot
EBoat

Schnellboot S-204

Type

snelle aanvals torpedoboot

Land van herkomst

Duitsland
Bouwfirma Lürssen, Schlichting-Werft, Galați shipyard en Constanța Shipyard, Romania (20 boten heropgebouwd)
Ontwerp
Productie (kiel / te water / in dienst) - / - / 1939-1945
Gebruiker(s) Kriegsmarine, Regia Marina en de Marine van Spanje, Joegoslavië, Roemenië, China, Denemarken, Noorwegen en Groot-Brittannië.
Specificatie

Afmetingen (lengte/breedte/diepgang) 34,95 m., 5,1 m., 1,4 m.
Bepantsering
Bewapening 2x 533-mm torpedobuizen met 4 torpedo's, 3x 20-mm Flak C/30 kanon (1x2 en 1x1), 1x 37-mm Flak 42 kanon.
Vliegtuigen geen
Voortstuwing 3x Daimler Benz MB 501 marine dieselmotoren van 4474 kW (6000 pk.) naar drie schroeven.
Waterverplaatsing 92 ton standaard, 115 ton volbeladen.
Snelheid/Bereik 40 knp (74 km/u), 1390 km. bij 35 knp.
Bemanning 24 tot 30

Einde

Duitse scheepsontwerpers waren goed in het omzeilen van het Verdrag van Versailles van 1919, dat Duitsland verbood nieuwe torpedoboten te ontwerpen. Vanaf 1920 voorzag het Duitse marineopperbevel de behoefte aan een snelle, bewapende boot voor inzet in de Noordzee en het Kanaal. Duitsland begon de civiele scheepsbouwindustrie als dekmantel te gebruiken voor de ontwikkeling van een snelle 'onderzeebootjager'. Het rompontwerp voor deze boten zou afgeleid worden van de korte rompen die gebruikt werden voor civiele speedboten. De planeer-eigenschappen van de speedbootromp kwamen evenwel niet tot hun recht op het ruwe water van de Noordzee. In 1928 besloot het Duitse marine-opperbevel om een 'onderzeebootjager' te ontwikkelen met een romp met ronde bodem om de stabiliteit van het schip in de ruwe Noordzee te verbeteren.

De Duitse marine was vooral geïnteresseerd in de Oheka-II, een geavanceerd motorjacht gebouwd door de Lürssen werf in Bremen. Door de ronde bodem was het schip in staat tot verbluffende prestaties. Zijn romp was 22,5 m. lang en verplaatste 22,5 ton water. Dit ontwerp gaf samen met drie Daimler-Maybach motoren van 410 kw (550 pk) het schip een topsnelheid van 34 knp (63 km/u), waarmee het het snelste schip in zijn klasse was. De Oheka-II had ook een samengestelde rompconstructie van houten planken op lichtmetalen spanten metaallegering om het gewicht van het schip te verminderen.

De marine, die onder de indruk was van het ontwerp, besloot een militaire versie te laten bouwen, de Schnellboot. Er werden in eerste instantie vijf S-boten gebouwd, hoewel de Duitse ingenieurs al snel verscheidene verbeterpunten zagen. De tweede boot in de serie, S-2, had een gemodificeerde stuurinrichting van een enkel hoofdroer met ter weerszijden een kleinere roeren, die een hoek van 30° konden maken. Dit 'Lürssen-effect' gaf het schip extra stabiliteit bij hoge snelheid. De volgende boot, S7, had een 'bult' op de voorsteven die bij ruwe zee extra stabiliteit bood. Met zijn drie Daimler-Benz motoren had de boot een topsnelheid van 40 knopen. Dit gaf ze verscheidene voordelen ten opzichte van hun Britse tegenhangers, de Fairmile 'C' Type en Fairmile 'D' Type, hun tegenstanders in de Noordzee en het Kanaal. Beide Fairmile-types hadden een topsnelheid van 27 knopen.

In 1939 begon de Kriegsmarine de S-boten in flinke aantallen in te zetten, en in 1940 werd het ontwerp nog op verschillende punten verbeterd. Daarbij concentreerde men zich op de opbouw. De torpedobuizen werden bijvoorbeeld verzonken in de romp. De brug werd afgedekt, waarmee de commandant veel beter zicht kreeg vergeleken met de eerdere modellen.

De Duitsers rustten hun snelle aanvalsboten bij voorkeur uit met mijnen en torpedo's. De Britten kozen voor hun Fairmile-C boten voor een bewapening van vier 12,7-mm mitrailleurs en vier 7,7-mm mitrailleurs. Het geschut van de Britten werd echter overklast zodra de Duitsers 20-mm kanonnen op hun vaartuigen begonnen te installeren. De campagne van de S-boten tegen de Britse kustvaart begon in mei 1940. Rond die tijd voeren civiele kustvaarders langs de Britse oostkust bedrijvig van de ene haven naar de andere. Vanaf mei 1940 waren de Nederlandse kusthavens in handen van de Duitsers en waren beschikbaar voor S-bootoperaties.

S17

De S-17 was uitgerust met drie MAN viertakt dieselmotoren

De eerste grote S-bootaanval tegen een Brits doelwit vond plaats in de nacht van 9 op 10 mei 1940, vlak voor de Nederlandse capitulatie. De Britse destroyer HMS Kelly werd vrijwel vernietigd door vier S-boten die het schip onopgemerkt opwachtten. Tijdens de evacuatie van de Britse Expeditionaire Macht vanuit Duinkerken op 26 mei werden negen Britse en Franse destroyers vernietigd door S-boten.

Toen het succes van deze aanvallen eenmaal gebleken was, begonnen de S-boten zich toe te leggen op de Britse koopvaardijvloot. De eerste aanval op een kustkonvooi vond plaats in de nacht van 19 op 20 juni voor de kust van Dungeness in Kent. De actie koste één schip.

In 1941 hadden de Britten een maritiem platform ontwikkeld om de gevreesde S-boten het hoofd te bieden. Dit was de MGB (Motor Gun Boat), een herbewapende versie van de Motor Anti-Submarine Boat, die het onmiddellijk tegen de S-boten opnam.

In 1941 kreeg de Royal Navy de beschikking over de opvolger van de MGB, de Fairmile-C MGB. Dit was in principe een gewijzigde versie van de 'Type A' motorsloep die de Royal Navy al langer gebruikte. De boot was echter luidruchtig, had een gering bereik en een grote draaicirkel. Een latere ontwikkeling was de 'Fairmile-D' klasse. Deze boten waren uitgerust met vier bij Packard gebouwde Rolls-Royce Merlin vliegtuigmotoren, die ze een topsnelheid gaven van 30 knopen.

De Duitsers herzagen hun maritieme tactieken in 1943 naar aanleiding van de verliezen die ze leden sinds de komst van de Fairmile-boten. In de nacht van 24 op 25 oktober 1943 vielen 32 S-boten Konvooi PN-1160 aan voor de kust van Cromer. Hun aantal werkte in hun eigen nadeel, want de aanval was slecht gecoördineerd en raakte versnipperd. Het konvooi werd geëscorteerd door vijf destroyers die de aanvallen afsloegen. Toen de S-boten zich terugtrokken, kwamen zes MGB's van de Royal Navy in actie, die twee Duitse boten tot zinken brachten.

De Duitsers zetten hun aanvallen op de Noordzee en in Het Kanaal voort. Nog in de nacht van 18 op 19 maart 1945 wist een S-bootflottielje twee schepen van FS-175 tot zinken te brengen voor de kust van Lowestoft. De score van de Royal Navy tegenover de Duitse S-boten steeg echter gestaag aangezien het lucht- en zee-overwicht van de Geallieerden adequate Duitse verkenningen onmogelijk maakte.

Links