Wikia


Sandown klasse
Sandown

HMS Pembroke

Type Kustmijnenjager
Land van herkomst Groot-Brittanni¨e
Bouwfirma (s) Vosper Thornycroft, Woolston
Ontwerp
Productie (kiel / te water / in dienst) 1988-2001 / 1989-2002 / 1989- aktief
Gebruiker(s) Royal Navy, Royal Saudi Navy, Estonian Navy
Specificatie

Afmetingen (lengte/breedte/diepgang) 52,5 m. / 10,9 m. / 2,3 m.
Bepantsering
Bewapening 1x 30-mm DS30M Mark 2 Automated Small Calibre Gun, 2x 7,62-mm M134 Miniguns, 3x 7,62-mm FN MAG machinegeweren, 1x RCMDS Mk2 mijnruimsysteem met twee op afstand bestuurbare PAP 104 Mk 5 minionderzeeërs, elk uitgerust met twee kabelsnijders en een 100 kg. brisantlading.
Vliegtuigen geen
Voortstuwing 2x Paxman Valenta 6RP200E/M diesels van 1136 kW (1523 pk) naar twee schroeven.
Waterverplaatsing 450 ton standaard, 484 ton volbeladen
Snelheid/Bereik 13 knp / 4665 km.
Bemanning 34 en 6 reservekooien

Einde

De HMS Cromer en HMS Walney zijn uit dienst genomen, de overige zijn nog in actieve dienst

De mijnenvegervloot van de Royal Navy is verdeeld in drie eskaders. De eerste twee hadden hun basis in Portdmouth, het 3e te Faslane. De plannen voor de Sandown klasse werden goedgekeurd in 1984. Het eerste exemplaar van deze door Vosper Thornycroft ontworpen klasse werd in 1985 besteld. Een vervolgorder voor vier schepen werd in 1987 geplaatst. Na enige politiek-economische strubbelingen en tweemaal uitstel werd een laatste serie van zeven stuks besteld in 1994. Het ging om 'single-role minehunters' (SRMH), mijnenjagers die uitsluitend bestemd waren om mijnen op te sporen en te vernietigen. Dit type is goedkoper dan de veelzijdiger 'Hunt' mijnenbestrijdingsvaartuigen waar het een aanvulling op vormt.

Alle schepen werden gebouwd bij de Vosper Thornycroft Groep te Woolston en werden in de vaart genomen tussen juni 1989 en medio 2002. De laatstgebouwde schepen hebben hoofdschroeven met een grotere diameter, hebben een verbeterde tweepersoons decompressiekamer zodat de duikteams veiliger kunnen werken, en werden afgeleverd met een grotere kraan voor het in positie brengen van het mijnopruimingsysteem. Naderhand werd die ook aangebracht op de eerdere schepen.

De schepen van de Sandown klasse kunnen mijnen opsporen en vernietigen in diep water en onder zware omstandigheden. De romp is gemaakt van glasfiber en alle mogelijke moeite is gedaan om deze schepen anti-magnetisch te maken. Zelfs de prullenbakken aan boord zijn van niet-magnetisch materiaal. In aanvulling op de conventionele mijnveeguitrusting die door het water gesleept wordt en mijnen tot ontploffing brengt, gebruikt de Sandown klasse sonar met zeer lage/zeer hoge frequentie. Dit is het Type 2093 variabelediepte systeem met vijf banken, dat signalen opvangt via een meetpunt onder in de romp. Als daarmee mijnen zijn opgespoord, kan het schip twee op afstand bestuurbare mini-onderzeeërs van het type PAP 104 Mod 5 erop af sturen om ze te vernietigen met brisantladingen. Deze worden uitgezet en weer opgepikt met een Gemini kraan.

De schepen van de Sandown klasse zijn de Cromer, de Sandown, de Inverness, de Walney, de Bridport, de Penzance, de Pembroke, de Grilsby, de Bangor, de Ramsey, de Blyth en de Shoreham. Elk schip kan met grote precisie manoeuvreren dankzij boegschroeven en computerbesturing.

Tussen 1991 en 1997 werden drie schepen van deze klasse verkocht aan Saoedi-Arabië, op basis van een order die in november 1988 geplaatst was. Deze schepen dragen de namen Al Jawf, Shaqra en Al Kharj. Ze zijn uitgerust met dubbel 30-mm geschut op een Emerlec affuit, in plaats van de enkele kanonnen waarmee de Britse schepen zijn uitgerust, maar verder zijn ze nagenoeg identiek.

In 1989 tekende Spanje een verdrag tot overdrag van technologie en dat maakte de bouw van een aangepaste versie van de Sandown klasse bij de werf Bázan (tegenwoordig: Izar) te Cartagena mogelijk. Een eerste serie van vier schepen is in 1993 besteld en werd geleverd in 1999-2000. Twee andere exemplaren werden besteld in 2001 en zouden in 2003-2003 worden afgeleverd. Mogelijk wordt deze serie tot totaal twaalf stuks uitgebreid.

HMS Cromer werd in 2001 buiten gebruik gesteld na slechts tien dienstjaren. Het schip werd vanaf 2002 omgebouwd tot statisch trainingsvaartuig voor de Brittannia Royal Naval College te Dartmouth. Als het schip werd veranderd in drijvend klaslokaal, werd het herdoopt met de naam Hindostan, dat is de naam die de achtereenvolgende opleidingsschepen van het college sinds 1864 dragen.

Marine Naam Pennantnummer Status
Groot-Brittannië Cromer M103 Uit dienst genomen, Trainingsschip voor het  Britannia Royal Naval College
Walney M104 Uit dienst genomen
Penzance M106 Aktief
Pembroke M107 Aktief
Grimsby M108 Aktief
Bangor M109 Aktief
Ramsey M110 Aktief
Blyth M111 Aktief
Shoreham M112 Aktief
Saoedi Arabië Shaqra 422 Aktief
Al Kharj 424 Aktief
Al Jawf 420 Aktief
Estland Admiral Cowan M313 Aktief, voormalig HMS Sandown (M101)
Ugandi M314 Aktief, voormalig HMS Inverness (M102)
Sakala M315 Aktief, voormalig HMS Bridport (M106)