Wikia


SS-1 (Scud)
Scud

Type

Geleide ballistische middellange-afstandsraket

Land van herkomst

Sovjet-Unie
Bouwfirma Korolyev OKB (nu: RSC Energia)
In dienst SS-1b: 1955 / SS-1c: 1962 / SS-1d: 1965 / SS-1e: eind jeren 80.
Gebruiker(s)
Specificatie

Afmetingen (lengte / diameter) 11,3 m. / 88 cm.
Gewicht 5900 kg. / wapenkop: 985 kg.
Motor Single-stage vloeibare brandstof
Oorlogskop 50-kT nucleair, brisant, chemisch en training
Operationeel bereik Minimum 80 km., 180 km. met nucleaire kop en 300 km. met brisant- of chemische kop.
Vlieghoogte
Geleidesysteem
Snelheid mach 5
Lanceerplatform MAZ-543, IS-2 tankchassis
Gebruik (Landen) Actief: Algerije, Armenië, Democratische Republiek Congo, Egypte, Iran, Kazakstan, Noord-Koreo, Libië, Oman, Syrië, Vietnam, Yemen. voormalige: Afghanistan, Belarus, Bulgarije, Tsjechoslowakije, Oost-Duitsland, Hongarije, Polen, Irak, Roemenië, Rusland, Zuid-Yemen, Sovjet-Unie, Slowakije, Verenigde Arabische Emiraten, Ukraïne, Joegoslavië.

Tijdens de Iraakse raketaanvallen bij Operatie Desert Storm was de SS-1 (Natonaam Scud) raket voor het eerst te zienvoor een wereldwijd televisiepubliek, maar deze raket was op zich geen nieuw fenomeen. De Scud was gebaseerd op de Duitse A-4 (V-2) ballistische raket, maar was slechts half zo groot. Hij werd ontworpen door het Korolyev ontwerpbureau (OKB-1). De eerste testlancering van een prototyperaket vond plaats op 18 april 1958.

Er waren enkele problemen met de kerosinebrandstof van het prototype alsook lekkages van de stuwstof. De eerste versie van de raket, de SS-1b 'Scud-A', werd in juli 1955 in gebruik genomen. De Sovjets kenden hem als de R-11 en de 8K11. De raket werd door zijn makers geclassificeerd als wapen op operationeel en tactisch niveau. Het bereik van de SS-1b was beperkt tot 180 kilometer en hij was uitgerust met een 50-kT kernkop. De raket had een 50-50 trefkans (CEP, Circular Error Probability) van drie kilometer en werd vervoerd op een IS-2 tankchassis.

In 1962 werd een verbeterde versie van het voorgaande model geproduceerd, die in het westen bekend stond als de SS-1c 'Scud-B' en bij de Russen als de R-17 Elbrus en 8k14. Dit wapen had een sterk verbeterd geleidingssysteem, dat gebruik maakte van een rudimentair gyro-gestabiliseerd systeem met drie gyroscopen. De verbeterde brandstofmix van deze raket bestond uit asymmetrische dimethylhydrazine (UDMH) en geremd rood rokend salpeterzuur. De Scud-B werd ook vervoerd op een achtwielige MAZ-543P TEL (Transporter-Erector-Laucher, transport-, opricht- en lanceerplatform) voor een grotere mobiliteit. De raket kon met diverse koppen worden uitgerust, waaronder chemische, nucleaire of conventionele. In 1970 vormde de Scud-B driekwart van de driehonderd Scud lanceerinrichtingen die waren ontplooid.

Bovenstaande wapens werden aangevuld door de SS-1d 'Scud-C', met een lichtere kop van zeshonderd kilo, die van de rest van het wapen afgescheiden werd als de motor uitviel, bij een bereik van ongeveer 550 km. Het is echter onduidelijk of deze versie ooit in gebruik is genomen. De SS-1e 'Scud-D' uit de late jaren tachtig had een verbeterde geleiding, mogelijk met actieve radareindgeleiding, alsook een ruimere keuze aan koppen en een bereik van 700 km. Ook deze raket is waarschijnlijk niet door de Russen in gebruik genomen.

Er bestond ook een marineversie van de raket, de R-11FM, die vanaf 1955 in Kapustin Yar werd ontwikkeld. Er zijn drie experimentele lanceringen van de raket uitgevoerd vanaf een R-11 raketlanceerinrichting. Tussen september en oktober 1955 werden de tests met de raket ondernomen vanaf een project 611 onderzeeër in de Witte Zee. De marineversie had een bereik van 150 km. en werd in 1959 goed bevonden om door de marine te worden ingezet, maar het type zou nooit operationeel worden.

In dienst bij het sovjetleger werden de Scud-B en Scud-C ingezet door leger- en legergroepniveau in brigades die bestonden uit een hoofdkwartierbatterij met drie vurende batterijen elk van drie lanceervoertuigen en drie herlaadvoertuigen die enkele raketten vervoerden.

De Scud-A en Scud-B werden naar alle landen van het Warschaupact geëxporteerd en daarnaast aan Egypte, Syrië, Libië, Irak en Zuid-Jemen. Libië was waarschijnlijk de enige gebruiker van de Scud-C. Dit land was naast de Sovjet-Unie de grootste Scudgebruiker en ondernam in 1986 de eerste raketaanval op het casteland van Europa sinds de Tweede Wereldoorlog. Het vuur toen twee Scud-B's af op een US-Navy basis op het Italiaanse eiland Lampedusa, in reactie op de Amerikaanse aanval eerder dat jaar. De raketten vielen echter op enige afstand van hun doel.

Op 17 januari 1991 sloeg een Iraakse Scud-B raket in op Tel Aviv. De Iraakse president Saddam Hoessein had deze oude raket gebruikt in antwoordt op de geallieerde militaire operatie om zijn bezetting van Koeweit te beëindigen. De terreur hield de Israëlische burgers in zijn greep, die snel chemische en biologische beschermingsmaskers opzetten. De raketten waren echter bewapend met conventionele explosieven, maar niemand kon er zeker van zijn dat Irak, dat tijdens de Iran-Irakoorlog immers al chemische wapens had ingezet, de raketten niet met iets nog afschuwwekkenders en dodelijks had uitgerust. Saddam gokte erop dat Israël met hem in oorlog zou treden, waardoor een breuk in de geallieerde coalitie zou ontstaan, omdat ook Saoedi-Arabië, Egypte en Sirië hier deel van uitmaakten. Het niet gebruiken van chemische of bacteriologische middelen is misschien een bewuste tactische berekening geweest van de Iraakse leider. Had hij wel dergelijke wapenkoppen gebruikt, dan zou Israël zich hebben kunnen vergelden met nucleaire wapens. Dit was niet de eerste keer dat Irak de Scud operationeel had ingezet. Tijdens de Iran-Irakoorlog werd een Scud afgevuurd op Teheran.

Tijdens de eerste nacht van de Golfoorlog van 1991, werden achts Scuds op Israël afgevuurd. Een trof Tel Aviv; twee belandden in Haifa, drie kwamen neer in onbewoond gebied en een in een niet bekend gemaakte locatie. Tijdens die eerste nacht begon Irak ook Saoedi-Arabië te bestoken met raketten.

Tegen de tijd dat de oorlog was afgelopen, had Irak 86 Scudraketten (40 op Israël en 46 op Saoedi-Arabië) afgevuurd, waarbij ongeveer dertig personen waren omgekomen. Deze raketten waren misschien minder effectief dan waar Saddam Hoessein op gehoopt had, wel zorgde het voor een wereldwijd publiek bewustzijn over de Scud. Enkele van de Iraakse Scudraketten werden tijdens de oorlog vernietigd. De raket blijft nog altijd een krachtig massavernietigingswapen.