Wikia


Pistole 08 Luger
P08

Pistole 08 Luger model 1914

Type semi-automatisch pistool
Land van herkomst Duitsland
Bouwfirma Deutsche Waffen und Munitionsfabriken, Imperial Arsenals of Erfurt, Simson, Heinrich Krieghoff Waffenfabrik, Mauser, Vickers Ltd, Waffenfabrik Bern
Ontwerp Georg J. Luger
Productie (ontwerp / productie / in dienst) 1898 / 1900-1943 / 1904- in gebruik
Gebruiker(s)
Specificatie

Afmetingen (lengte / lengte loop) 222 mm. / 103 mm.
Gewicht 877 gr.
Kaliber 9-mm en 7,65-mm.
Mondingssnelheid 381 m/sec.
Vuursnelheid 116 schoten per minuut
Aanvoer Patroonhouder met 8 of 32 patronen
Munitie 7.65×21mm Parabellum en 9×19mm Parabellum
Gebouwd 3.000.000
Gebruik (Landen) Australië, Bolivië, Brazilië, Bulgarije, Georgië, Dominicaanse Republiek, Japan, Frankrijk, Finland, Duitsland, Griekenland, Grenada, Iran, Luxemburg, Nederland, Indonesië, Italië, Libanon, Lybië, Litouwen, Nieuw-Zeeland, Noord-Korea, Noorwegen, China, Polen, Roemenië, Rusland, Spanje, Sudan, Zweden, Zwitserland, Turkije, Groot-Brittannië, Amerika, Joegoslavië

Het pistool dat nu algemeen, maar ten onrechte, bekend staat als Luger, vond qua ontwerp zijn oorsprong in een automatisch pistool dat in 1893 voor het eerst door ene Hugo Borchardt gebouwd werd. Georg Luger ontwikkelde dit ontwerp verder tot het wapen dat tot op de dag van vandaag zijn naam draagt. De eerste half-automatische Luger pistolen konden 7,65-mm patronen met smalle hals afvuren. Het Zwitserse leger nam ze als eerste in gebruik, in 1900. Uiteindelijk zouden er meer dan twee miljoen exemplaren in tenminste 35 hoofdvarianten van gebouwd worden door verschillende fabrikanten.

Het Pistole 08 of (P 08) was een van de belangrijkste varianten. Nadat de Duitse marine een luger pistool in gebruik had genomen in 1904 en het Duitse leger in 1908 werd dit het standaard Duitse dienstwapen tot ver in de jaren dertig van de 20e eeuw. De Luger werd gebouwd in verschillende kalibers, voor de P 08 was dat vooral 9-mm. De 9-mm Parabellum patroon werd in 1902 speciaal voor de Luger ontwikkeld. Er werden ook versies gebouwd van het kaliber 7,65-mm.

De P 08 werkt als volgt. Als de trekker wordt overgehaald, drukt een verbindingsstuk een pin terug die op zijn beurt een veer ontgrendelt. Daardoor aangedreven schiet de slagpin naar voren en vuurt de patroon af. Als de kogel door de loop vliegt, beweegt de slagpin met het eraan vastgekoppelde terugslagmechanisme ongeveer 2,5 mm naar achteren. Achter het grendelblok zit een scharnierend verbindingsstuk waarvan de achterzijde met een stevige bout aan de verlenging van de loop vastzit. Terwijl de druk in het grendelblok afneemt naar een veilig niveau, loopt het midden van het scharnier tegen een oplopende rand van het frame van het pistool op. Daardoor buigt het scharnier omhoog, op dezelfde manier als een knie waar tegenaan gedrukt wordt. Daarbij wordt het grendelblok nog verder recht naar achteren getrokken in de geleiding van de loop.

Als de uitwerpopening open gaat, wordt een korte spiraalveer in het grendelblok ingedrukt en vastgehouden door de haan. Deze veer drijft later weer de slagpin aan. Het uitwerpmechanisme boven in de voorkant van het grendelblok trekt de lege patroonhuls naar achteren zodat deze de patroonuitwerper raakt en daardoor naar buiten valt. Dan drukt een kleine spiraalveer het uitwerpmechanisme terug op zijn plaats.

Als het bovengenoemde scharnier omhoog buigt, drukt een gebogen hefboom (die aan de spie van het scharnier hangt en ook vastgehaaktzit aan klauwen die bevestigd zijn aan de terugslagveer in de handgreep)de terugslagveer in. De veer van de patroonhouder drukt een nieuwe patroon omhoog tot het niveau van het grendelblok. De ingedrukte terugslagveer kan nu de gebogen hefboom neerdrukken, waardoor het gebogen scharnier weer omlaag gaat en de eraan bevestigde hefboom naar voren. Het daar weer aan vastzittende grendelblok wordt door die beweging naar voren de geleiding ingeduwd en daarbij wordt de bovenste patroon uit de patroonhouder meegenomen en de kamer in.

Het grendelbloken twee hefbomen liggen nu in één lijn met de assen van de scharnieren, enigszins onder de andere assen. Daardoor wordt de uitwerpopening dichtgehouden. De haan is nu verbonden methet trekkermechaniek, de trekkerveer zorgt dat de trekker in zijn positie terugkomt en het pistool is gereed voorhet volgende schot.

De P 08 ligt goed in de hand, is makkelijk te richten en is doorgaans heel goed gebouwd. De werking is vrij complex. Men zou kunnen stellen dat de afhankelijkheid van allerlei hefbomen ongewenst is bij een dienstwapen. De P 08 werd tenslotte echter alleen vervangen door de Walther P 38 omdat het bouwen ervan teveel productiecapaciteit vergde. Eind 1942 kwamen de laatste 'Duitse' exemplaren van de productielijnen, en de P 08 werd niet bij alle Duitse legeronderdelen vervangen door de Walther P 38. Na 1945 werd de Luger voor de commerciële markt vervaardigd.

De standaard P 08 had een loop met een lengte van 103 mm. Sommige varianten zoals de P 17 Artillerie hadden een looplengte van 203 mm. en een slakkenhuisvormige patroonhouder met 32 patronen in plaats van de standaard 8 patronen. De P 17 Artillerie was echter bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog geen dienstwapen meer. Luger pistolen behoorden tot de meest geliefde oorlogstrofeeën, veel exemplaren zijn in verzamelingen bewaard gebleven. Het type blijft de aandacht trekken van alle pistoolliefhebbers. De P 08 was een klassieker en zal dat ook altijd wel blijven.