Wikia


Pak 43 & Pak 43/41
Pak43

Type

Antitankgeschut
Land van herkomst Duitsland
Bouwfirma Krupp, Rheinmetall-Borsig, Henschel & Son
Ontwerp Krupp
Productie (ontwerp / productie / in dienst) - / 1943-1945 / 1943-1945
Gebruiker(s) Duitse leger
Specificatie

Afmetingen (lengte / lengte loop) 9,20 m. / 6,35 m.
Gewicht 4750 kg. (In gebruik: 3650 kg.)
Kaliber 88×822 mm
Mondingssnelheid AP: 1130 m/sec. - HE: 950 m/sec.
Vuursnelheid 6 tot 7 per minuut
Aanvoer Horizontaal halfautomatisch glijblok
Munitie Panzergranate 39/43 APCBC-HE - Panzergranate 40/43 APCR - Granate 39/3 HL (HEAT)
Traverse 360°
Elevatie -8 tot +40°
Gebouwd 2100
Gebruik (Landen) Duitsland

Het succes van de 88-mm FlaK 18 (Fliegerabwehrkanone, luchtdoelkanon) als antitankkanon inspireerde de Duitse tankontwerpers tot het ontwikkelen van een soortgelijk wapen voor gebruik in de enorme Tiger tank. Daarnaast moest er een hele reeks vergelijkbare kanonnen komen als tank-, antitank- en luchtdoelgeschut. Het resultaat was een serie ontwerpstudies met de naam Gerät 42 (Gerät was de Duitse aanduiding van materieel dat in het ontwerpstadium verkeerde), maar uiteindelijk bleek het niet mogelijk om dit geschut ook tot 88-mm luchtdoelgeschut te ontwikkelen, waarop de ingenieurs zich concentreerden op de tank- en antitankkanonnen.

Krupp kreeg het ontwikkelingscontract voor het nieuwe antitankkanon en produceerde in 1943 de 88-mm Pak 43. Het was een uitstekend wapen maar was relatief groot. Voor de verplaatsing was een zware trekker en grote stuksbemanning nodig. Bij opstelling werd het stuk van zijn dubbelassige onderstel losgemaakt en op een groot kruisvormig vast onderstel geplaatst. Daarmee ontbeerde het kanon de mobiliteit van kleinere antitankkanonnen, maar het was in staat om vrijwel elke tank uit te schakelen op afstanden van meer dan 2500 meter. De Pak 43 was in alle opzichten even geavanceerd. Het had een semi-automatische kulas, een elektrische ontsteking met een beveiliging tegen schoten buiten het veilige bereik en een laag draaiplateau. Het kanon was daardoor moeilijk in massa te produceren. Bovendien trokken de Kruppfabrieken relatief veel geallieerde bommenwerpers aan, waardoor de produktie regelmatig langdurig werd onderbroken.

Zodra de Pak 43 operationeel werd, smeekten de commandanten aan de diverse fronten constant om meer exemplaren, en de vraag overtrof dan ook consequent het aanbod. De typisch Duitse oplossing was dar Rheinmetall-Borsig werd opgedragen om een eigen versie uit te brengen met de voorzieningen die voorhanden waren. Het resultaat was de 88-mm Pak 43/41, een combinatie van elemanten van diverse verschillende wapens. Het kanon gebruikte dezelfde munitie als de Pak 43, maar stond op een éénassig onderstel en had de gebruikelijke twee benen. Het onderstel kwam van een bestaand kanon, de wielen van een ander kanon en andere onderdelen van weer andere kanonnen.

Er werd een nieuw schild voor gemaakt. Het resultaat was een uitermate lomp en lelijk ontwerp dat maar één voordeel had, het werkte. Het kanon was bijzonder moeilijk te verplaatsen en te manoeuvreren, maar het had de slagkracht van de aloude Pak 43. Het werd daarom getolereerd, maar verwierf nooit het respect dat de superieure Pak 43 te beurt viel. Een klein aantal werd op 12-tons halftracks gemonteerd, die in 1944 in Frankrijk in actie kwamen.

In 1945 waren beiden kanonnen nog in produktie. De Pak 43 werd aangepast aan diverse gemechaniseerde onderstellen en was als 88-mm KwK 43 antitankkanon de bewapening van de machtige Tiger II. De munitie van deze kanonnen had een sterkere stuwlading dan de 88-mm munitie die door de eerdere luchtdoelkanonnen werd gebruikt, die aan de serie van 1943 vooraf gingen.

Deze munitie werd geschikt voor veldartillerie en ondanks de wanhopige behoefte aan antitankgeschut in 1945 bleven veel van deze kanonnen als veldartillerie in gebruik.