Wikia


Leopard II
L2A4
Type Gevechtstank
Land van herkomst Duitsland
Bouwfirma Krauss-Maffei Wegmann, Maschinenbau Kiel
Ontwerp Krauss-Maffei
Productie (ontwerp / productie / in dienst) 1970 / - / actief
Gebruiker(s)
Specificatie

Afmetingen (lengte / breedte / hoogte) 9,67 m. (met kanon), 7,77 m. (romp), 3,70 m., 2,79m.
Gewicht 55 ton
Motor(en) MTU MB 873 Ka-501 vloeistofgekoelde V12 twin-turbo dieselmotor van 1500 pk
Prestaties (snelheid / bereik) 72 km/u / 550 km.
Bewapening 1x 120 mm Rheinmetall L/55 smoothbore (gladde loop) kanon, 2x 7,62-mm Rheinmetall MG 3A1 machinegeweren.
Doorwaaddiepte 4 m. met snorkel
Hellingshoek 60%
Verticaal obstakel 1 m.
Overschrijdend vermogen 3 m.
Bemanning 4
Gebouwd
Gebruik (Landen) Oostenrijk, Canada, Chili, Denemarken, Finland, Duitsland, Griekenland, Indonesië, Nederland, Noorwegen, Polen, Portugal, Quatar, Singapore, Spanje, Zweden, Zwitserland, Turkije, Toekomstige gebruikers: Saoedi Arabië, Bulgarije, Tsjechoslowakije, Kroatië, Thaïland.

De Leopard II was een product van het mislukte Duits/Amerikaanse programma rond gevechtstank 70. De motor, transmissie en enkele andere onderdelen van dit project zijn overgenomen in de Leopard II. In 1977 plaatste de Duitse Bundeswehr een order voor in totaal 1800 Leopard II gevechtstanks. Krupp Mak mocht 810 tanks bouwen en Krauss-Maffei uit München zou de resterende 990 tanks bouwen. De eerste productie-exemplaren werden aan het Duitse leger overhandigd in 1979, waarna de volgende exemplaren werden afgeleverd in de jaren negentig.

In 1979 koos Nederland voor de Leopard ter vervanging van de Centurion en AMX-13 gevechtstanks. Daarna is de Leopard II aan de legers van een aantal grote Europese landen verkocht. Meer dan 3000 Leopard II's zijn afgeleverd of worden nog geproduceerd.

De Leopard II is voorzien van een krachtig, volledig gestabiliseerd 120-mm kanon met gladde loop van Rheinmetall. Aan boord kunnen maximaal 42 120-mm granaten worden meegenomen, in vergelijking met de 60 granaten die de eerste generatie Leopard I, die voorzien was van een 105-mm kanon, kon meenemen. Dit is geen groot nadeel want het 120-mm kanon heeft een veel groter pantserdoorborend vermogen en het vuurleidingssysteem is veel geavanceerder, waardoor de kans op een voltreffer een stuk groter is. Evenwijdig aan het kanon is een 7,62-mm coax-mitrailleur gemonteerd. Een soortgelijk wapen is ook bevestigd op het koepeldak voor de luchtafweer.

Vanaf het begin waren het onderstel en de koepen van de Leopard II uitgerust met geavanceerd laminaatpantser. Dit geeft de tank zeer goede bescherming en overlevingskansen op het slagveld tegen met name anti-tankwapens met HEAT-granaten. De verbeterde Leopard IIA5 die op dit moment in gebruik is bij de Bundeswehr heeft een verbeterde bepantsering. Aan de voorzijde van de koepel is veel extra bepantsering aangebracht en daarnaast zijn er los te plaatsen modules. De volgende generatie Leopard IIA6 EX is voorzien van een langer kaliber-55 kanon met een hogere mondingssnelheid waardoor het pantserdoorborend vermogen is verbeterd.

Zowel de commandant als de schutter hebben gestabiliseerde, op de koepel geplaatste periscopen die voorzien zijn van een infraroodvizier, de schutter heeft daarnaast een ingebouwde laserafstandsmeter die gekoppeld is aan het vuurleidingssysteem. Tot de standaarduitrusting behoren passieve nachtzichtapparatuur, gyrotol en een GPS-navigatiesysteem, NBC-uitrusting, een automatische brandblusinstallatie en een snorkel voor het diepwaden.

De Leopard II is uitgerust met een meervoudige brandstofmotor van 1500 pk. Dit brengt de gewicht-pk verhouding op 20 pk per 1000 kg in verhouding tot de net geen 15 pk per 1000 kg bij laatste productiemodellen van de Leopard I. Hierdoor heeft de tank een groter acceleratievermogen en verbeterde terreineigenschappen, waardoor de overlevingskans op het slagveld is toegenomen.

Versies

  • Leopard II: De Leopard II had een veel grotere en hoekiger geschuttoren dan de Leopard I vanwege een pantser van geperforeerd staal en de munitieopslagplaats achterin. Ook had ze een langere neus voor een dikker pantser.

In september 1977 koos het Duitse ministerie van defensie voor het bedrijf Krauss-Maffei. Het bedrijf begon met de bouw van 1800 tanks, gefaseerd werd in vijf leveringstermijnen. Het Duitse bedrijf Maschinenbau Kiel nam als onderaannemer 45% van de constructie voor zijn rekening. De eerste levering van 380 stuks begon in 1979 en eindigde in maart 1982, serienummers 10001-10210 en 20001-20172. De eerste tweehonderd daarvan hadden een beeldversterker. De overige honderdtachtig kregen een nieuw thermisch (infraroodversterker) systeem voor nachtzicht.

  • Leopard IIA1: De tweede serie van 450 stuks kreeg een aantal kleine aanpassingen mee. De meest opvallende waren: het weglaten van de anemometer, de aanpassing van de munitierekken zodat deze dezelfde waren als die in de M1A1 Abrams en een nieuwe brandstoffilter voor sneller tanken. De IIA1's werden tussen maart 1982 en november 1983 geleverd, met de serienummers 10211-10458 en 20173-20374.

De derde serie van driehonderd stuks werd gebouwd tussen november 1983 en november 1984, met de serienummers 10459-10623 en 20375 en 20509. Er waren een aantal kleine veranderingen maar niet genoeg om een nieuw Ausführung-nummer te rechtvaardigen, dus ook de derde serie werd A1 genoemd, waarvan er dus 750 gebouwd zijn.

  • Leopard IIA2: Tussen 1984 en 1987 werden alle voertuigen van de eerste serie op de standaard van de derde serie gebracht. Deze voertuigen noemde men Leopard IIA2. Er heeft dus geen nieuwbouw plaatsgehad.
  • Leopard IIA3: De volgende 300 van de vierde serie werden tussen december 1984 en december 1985 gebouwd, met serienummers 10624-10788 en 20510-20644. De grootste verandering was de toevoeging van de SEM80/90 digitale radio-installatie. Het munitieluikje aan de linkerzijde van de toren werd dichtgelast om lekkage te voorkomen.
  • Leopard IIA4: De 370 stuks van de vijfde serie werden van december 1985 tot maart 1987 geproduceerd, met serienummers 10789-10979 en 20645-20825. De 2A4 kreeg een verbeterd pantser (vermoedelijk kopse wolfraam staven in titanium buizen) in de geschuttoren, een automatische viziersluiting bij het vuren en een digitaal vuurcontrolesysteem. De toepassing van deze pantsertechnologie zou, gekoppeld aan een zekere gewichtstoeneming (het gewichtsverschil is nooit naar buiten gebracht), het beschermingsniveau anderhalf keer hoger moeten hebben kunnen brengen. Officieel is slechts bekendgemaakt dat het "boven de 700 mm" ligt in equivalentie tegen staafpenetratoren die zo'n doorslagvermogen hebben afgevuurd van een afstand van twee kilometer en "boven de 850 mm" tegen holleladingswapens, iets wat met de voorgaande schatting overeenkomt indien de cijfers geïnterpreteerd worden als de minimale bescherming bij een Gaussverdeling. Vanaf nummers 10968 en 20788 werden de steunwieltjes van de rupsband verplaatst. Bij de laatste voertuigen werd het munitieluikje helemaal weggelaten.

Na de afloop van de oorspronkelijke vijf leveringseries werd er in juni 1987 een zesde serie bijbesteld van 150 stuks, geleverd van januari 1988 tot mei 1989, met serienummers 10980-11062 en 20826-20892. Die kregen een nieuwe accu en rupsbanden en een beter afgestelde spot. Tussen mei 1989 en april 1990 werden er nogmaals 100 afgeleverd in een zevende serie, nummers 11063-11117 en 20893-20937. Deze serie was identiek aan de vorige. Van januari 1991 tot 19 maart 1992 was er een afsluitende achtste serie van 75 stuks, nummers 11118-11158 en 20938-20971. Deze voertuigen hadden vele kleine veranderingen; gedurende de serie werden de pantserschorten aan de zijkanten gewijzigd. Van de A4 zijn er dus 695 gebouwd. Alle vroegere voertuigen werden ook op A4 standaard gebracht en zelfs zo genoemd zodat de Bundeswehr 2125 Leopard IIA4's in dienst had.

  • Leopard IIA5: Gedurende de jaren tachtig liepen er verschillende projecten om de pantsering en vuurkracht van de Leopard II te verbeteren. Op 29 oktober 1991 sloten Duitsland, Nederland en Zwitserland een overeenkomst om hun tanks gedeeltelijk op KWS (Kampfwertsteigerung) II niveau te brengen. Op 29 december 1993 kreeg Krauss-Maffei opdracht 225 voertuigen tot de A5 om te bouwen. Na 1998 volgde een tweede bestelling van 125 stuks. Voor de A5 werden onderstellen van de zesde, zevende en achtste bouwserie gebruikt, omdat die natuurlijk het minst versleten zijn. De torens kwamen van eerdere bouwseries, waarvan de onderstellen weer met die van de latere gecombineerd zijn, zodat veel voertuigen "hybriden" zijn geworden. De eerste werd op 30 november 1995 afgeleverd. De A5 werd uitgerust met een brekerafstandspantser op de toren, weliswaar voornamelijk bedoeld tegen antitankraketten maar ook in staat inslaande penetratoren zo te vervormen dat doorslag van het hoofdpantser bij alle bekende granaattypen voorkomen wordt. Officieel is een beschermingsequivalentie geclaimd van "boven de 1300 mm" tegen alle typen. Een belangrijke verandering van A4 naar A5 is dat de gevechtstoren niet meer hydraulisch draait maar door middel van een elektrisch systeem (o.a. elektromotor voor de breedte en hoogte) aangedreven wordt. Dit maakt het werken op het voertuig aanzienlijk veiliger. Het nadeel van de hydraulische installatie was dat het zeer brandgevoelig was bij een eventuele treffer. De 120 Zweedse A5 tanks (Stridsvagn 122) hebben ook een zwaarder pantser op de romp en de bovenkant van de toren.
  • Leopard IIA6: De IIA6 is een verdere modernisering (Kampfwertsteigerung I) van bestaande tanks en kreeg een langer Lang 55 kanon, keuze voor een hulpmotor, verbeterde bescherming tegen landmijnen en keuze voor een airco. De eerste van 225 werden in maart 2001 geleverd aan Duitsland als verbetering van 160 oudere IIA5's en 65 A4's. Ook Nederland, Griekenland, Spanje en Zweden hebben zo'n modificatie destijds besteld.
  • Leopard IIA7+: De Leopard IIA7+ werd voor het eerst aan het publiek getoond tijdens de Eurosatory 2010, een internationale vakbeurs voor de defensie- en veiligheidsindustrie. De Leopard IIA7+ is ontwikkeld voor de nieuwe missies van het Duitse leger en is getest en gekwalificeerd door het Duitse Ministerie van Defensie. Het systeem richt zich in het bijzonder op de bescherming van de tankbemanning en is geschikt voor zowel lage als hoge intensiteitsconflicten.

Enkele belangrijke kenmerken van deze tank zijn:

Passieve 360°-bescherming voor de tankbemanning tegen dreigingen zoals geïmproviseerde explosieven (IED's), mijnen of draagbare raketwerpers (RPG's) Een interface om apparaten zoals mijnenploegen, mijnenrollers of een bulldozerblad aan te brengen voor het verwijderen van mijnen, IED's of puin Een hoog presterend airconditioningsysteem en een APU (auxiliary power unit) om een 24-uursstrijd vol te kunnen houden Een externe intercom Gecombineerde nachtzichtapparatuur voor de tankbestuurder (warmtebeeldapparatuur/restlichtversterker) voor voor- en achterzicht Verbeterde opto-elektronica voor langeafstandsverkenning De mogelijkheid om nieuwe programmeerbare 120 mm Hoog Explosieve (HE) tankmunitie af te vuren. Hiermee kan de tankbemanning doelen aanvallen die zich in gebouwen bevinden of gedekt staan opgesteld Een op afstand bestuurbaar wapenstation (FLW 200) Een vergrote mobiliteit door een nieuw ontwikkelde eindaandrijving, nieuwe rupsbanden, verbeterde torsiestaven en een verbeterd remsysteem

Er zijn reeds 62 van deze tanks besteld door het Emiraat Qatar, daarnaast heeft de Duitse regering toestemming gegeven om 270 Leopard IIA7+ tanks te verkopen aan Saudi Arabië. Dit besluit heeft in Duitsland voor veel (politieke) ophef gezorgd. Een meerderheid van de Duitse bevolking is tegen deze tank deal: uit een opiniepeiling van het weekblad Stern bleek dat 75% van de ondervraagden tegen de verkoop van tanks aan Saudi Arabië is.

  • Bergingstank: De Leopard II Panser Rups Berging (PRB) is in staat om defecte tanks met een maximaal gewicht van 60 ton te bergen. Het voertuig beschikt over een kraan-, lier-, snij- en lasinstallatie. Om het voertuig te verankeren en stabiel te houden is het uitgerust met een steunblad. Op het achterdek van het voertuig is voldoende ruimte om een extra motor te vervoeren. De Leopard II PRB is sinds 1993 in gebruik bij de Koninklijke Landmacht bij de tankbataljons, de artillerie-afdelingen en hersteleenheden.

Gebruikers

  • Canada: De Canadese strijdkrachten kochten in 2007 100 Leopard II tanks uit Nederlandse voorraden (80 IIA4, 20 IIA6NL). Daarnaast worden 20 Leopard IIA6M tanks geleend van de Duitse Bundeswehr vanaf medio 2007 voor operaties in Afghanistan. De eerste geleende tank werd door Krauss-Maffei-Wegmann gemoderniseerd op 2 augustus 2007, welke in Afghanistan aan kwam op 16 augustus 2007. Daarnaast zijn twee bergingsvoertuigen (Bergepanzer 3 Büffel) aangeschaft uit surplusvoorraden van de Bundeswehr, ook voor gebruik in Afghanistan. Voorgesteld wordt om nog eens 15 Leopard IIA4 tanks te kopen van Duitsland, deze worden echter gekanibaliseerd voor onderdelen. Huidige plannen gaan uit van de modernisering van de 20 ex-Nederlandse Leopard IIA6NL, met Duitse specificaties tot de A6M variant, en deze als restitutie te gebruiken voor de geleende exemplaren. Daarnaast worden nog eens 20 Leopard IIA4 gemoderniseerd (versie nog onbekend) en worden 40 A4's gemoderniseerd met het 120 mm L55 kanon, zoals op de modernste versies van de Leopard II (deze zal Leopard IIA4+ gaan heten), 6 worden gemodificeerd tot bergingsvoertuig en de overige 12 worden gekanibaliseerd voor onderdelen.
  • Chili: De Chileense Landmacht heeft 132 Leopard IIA4's gekocht uit Duitse voorraden, waarvan er 124 gemoderniseerd zijn tot Leopard IIA4CHL (de overige acht worden gebruikt als onderdelenbron).
  • Denemarken: De Deense Landstrijdkrachten maken gebruik van 57 Leopard IIA5DK (gelijk aan de Leopard IIA6 minus het L55 kanon). De tanks komen uit Duitse voorraden.
  • Duitsland: De Duitse landstrijdkrachten hebben in totaal 2.350 Leopard II tanks gebruikt in alle versies. Na de Koude Oorlog zijn een groot aantal tanks aan diverse landen verkocht, al dan niet gemoderniseerd. Op dit moment (2012) zijn er nog 417 operationeel in dienst bij de Bundeswehr.
  • Finland: De Finse Landmacht kocht 124 IIA4s uit Duitse voorraden. Twintig daarvan zijn gemodificeerd tot gepantserd geniematerieel, zoals bruggenleggers. Twaalf tanks worden gebruikt als onderdelenbron en één tank is volledig uitgebrand en derhalve afgeschreven. Hierdoor zijn er nu nog 91 operationeel.
  • Griekenland: Op 20 maart 2003 bestelde Griekenland 170 IIA6HEL's met versterkt romppantser, te leveren tussen 2006 en 2009. In 2005 kocht de Griekse regering 196 oude IIA4's, tezamen met 150 oude Leopard IA5's voor een totaalbedrag van 270 miljoen euro. Van de meeste tanks vindt de eindassemblage in Griekenland plaats.
  • Nederland: Nederland heeft met 445 Leopard II's 369 Centurions en 130 AMX-13's vervangen. Andere kandidaten welke beoordeeld zijn, waren de [XM-1]] (120/105mm), M60A3, Leopard 1A4, F-MBT-80, verbeterde Chieftain (later Challenger I), Vickers, Pz 68, Stridsvagn 103, Kjp 105, IKV 91, TAM, Centurion retrofit, EPC, AMX-32 en de AMX-30 Valorise. In 1978 had de KL een studie afgerond, waarin antwoord gegeven werd op de vraag wat voor het 1e legerkorps de beste verhouding tussen tanks en anti-tankwapens was. In het landmacht-jargon van die tijd heette dit de optimale mix. Om deze te berekenen had TNO met de computer het verdedigend gevecht op bataljonsniveau gesimuleerd. Dit ‘’operational-research-project’’ wees uit dat het 1e legerkorps behoefte had aan 913 tanks en 475 AT-wapens lange dracht. De politieke leiding maakte deze landmachtstudie tot uitgangspunt van haar beleid. Omdat er al 468 Leopard I’s, zoals zij voortaan werden genoemd, in de bewapening waren, werden 445 Leopard II’s aangeschaft. De nieuwe tanks, waarvoor in juni 1979 het contract met Krauss-Maffei werd ondertekend, zouden tussen 1981 en 1986 worden geleverd. De eerste van de 445 tanks was afgeleverd in juli 1981 op de Bernhardkazerne in Amersfoort. De officiële overdracht was op 3 september 1981 (kenteken KU-84-00). Op 28 juli 1983 ontving 43 tankbataljon in Langemannshof (Duitsland) de eerste Leopard II tanks. Zo begon de grote tankvervanging die het Centurion en AMX-13 tijdperk afsloot. De Nederlandse tanks kwamen uit de tweede en derde bouwserie, serienummers 12001-12278 en 22001-22167. De voertuigen weken af van de Duitse versie door andere rookwerpers n.l. een Nederlandse rookbuslanceerinrichting (RBLI) met aan elke zijde zes lanceerkokers met een kaliber van 76 mm en een bereik van 25 tot 40 meter, voor de bestuurder een helderheidsversterker van Nederlands fabricaat met een opbergkist links van de voeten van de bestuurder, FN MAG machinegeweren (1 x torendak en 1 x FN-MAG mod.3 coaxiaal geplaatst), RT-3600 radio’s en ander antennepods. Later is ook op de Nederlandse Leopard IIA4’s het luik aan de zijkant van de toren bij de lader dichtgelast en de holte daarachter opgevuld met een pantserpakket. Ook is de zogenaamde Feld Justier Anlage (FJA) aan de rechterzijde van de schietbuismonding gemonteerd. In januari 1993 werd besloten het bestand te verlagen tot 330; 115 werden in 1996 voor 310 miljoen gulden verkocht aan Oostenrijk, waarvan er één met beschadigde romp geweigerd werd. In 1993 was overeengekomen 330 voertuigen tot A5 standaard te verbeteren maar dit werd verminderd tot 180, die echter wel op A6 standaard worden gebracht. Het kleurenschema veranderde ook van RAL 6014 (legergroen) ging men vanaf de A5 over op een standaard patroon met de kleuren bronsgroen, lederbruin en teerzwart dat door Duitsland ontwikkeld is. Van de overige zijn er 52 verkocht aan Noorwegen. Aan het parlement is in 1995 beloofd voor het surplus niet actief naar kopers te zoeken. Op 8 april 2011 werd besloten om alle overgebleven Leopard IIA6 tanks, 82 exemplaren, uit te faseren vanwege de bezuinigingen binnen het Ministerie van Defensie. Nederland gaat echter wel oefenen met Duitse Leopard II's. In 2015 is besloten het resterende aantal van 18 Leopard II's uit de verkoop te halen en weer in te zetten. Dit gebeurt door een constructie waarin de 18 overgebleven Leopard II A6's worden geschonken aan Duitsland, dat ze moderniseert naar de modernste versie (Leopard IIA7+) en Nederland ze vervolgens van Duitsland least. Ze worden onderdeel van de 43 Gemechaniseerde Brigade in Havelte welke onderdeel wordt van de Eerste Duitse Pantserdivisie en worden daarom gestationeerd in het Duitse Bergen-Hohn, als onderdeel van een diepgaande samenwerking en integratie van de Nederlandse en Duitsland Landmachten. Andersom zal een Duitse Leopard II tankeenheid onderdeel worden van een Nederlandse brigade. De Nederlandse Leopard II's kunnen wel afzonderlijk deelnemen aan oefeningen in Nederland en aan missies waar Nederland aan mee doet en Duitsland niet.
  • Noorwegen: Noorwegen kocht 52 Leopard IIA4 tanks uit Nederlandse voorraden. De geëxporteerde tanks worden aangeduid met A4NO. Plannen bestaan om de tanks te moderniseren tot Leopard IIA5.
  • Oostenrijk: Nederland leverde in 1997 aan Oostenrijk 114 Leopard II's en één toren. Bij de overeenkomst van 1996 was afgesproken dat 115 tanks geleverd zouden worden in de conditie waarin ze zich bevonden en naar keuze van de verkoper. Het gevolg was dat de meest versleten voertuigen verzonden werden, in één geval zelfs met een opengescheurde romp. Die nam Nederland dus maar weer terug. Oostenrijk had eerst ook het probleem dat er geen reserveonderdelen geleverd waren.
  • Polen: In 2002 werd een begin gemaakt met de oprichting van een gezamenlijke Pools-Duitse divisie, overeenkomstig de gezamenlijke NAVO-divisies die Duitsland met Frankrijk, België en Denemarken heeft (het Nederlandse leger heeft in tegenstelling tot voornoemde landen een gezamenlijk legerkorps met de Duitse landstrijdkrachten). Om de uitrusting van de Poolse brigade binnen die divisie met de Duitse te laten overeenkomen, werden eind 2002 128 Leopard II's aan Polen overgedragen. De waarde daarvan werd aangegeven als zo'n 380 miljoen euro, maar Polen hoefde slechts de transportkosten van 22,5 miljoen te betalen. Ook werden 490 manschappen door Duitsland gratis opgeleid. In november 2013 kocht Polen nogmaals 14 IIA4 en 105 IIA5 Leopard's voor een bedrag van rond de 250 miljoen euro.
  • Portugal: De Portugese landstrijdkrachten gebruiken 37 ex-Koninklijke Landmacht Leopard IIA6 tanks voor de Gemechaniseerde Brigade Santa Margarida.
  • Singapore: Het kleine Singapore kocht 66 Duitse Leopard IIA4's. Een vervolgorder voor 30 tanks is geplaatst. Deze zullen als onderdelenbron dienen. Mogelijk dat er nog een tweede vervolgorder wordt geplaatst voor 36 IIA4's.
  • Spanje: tussen november 1995 en juni 1996 kreeg Spanje 108 A4's in bruikleen; in 2005 werd besloten de eigendom te laten overgaan voor een bedrag van 15,9 miljoen euro, in termijnen te betalen tot 2015. Dit niet omdat men Spanje niet in staat achtte meer dan 1,5 miljoen per jaar te kunnen ophoesten, maar om Duitsland zo lang mogelijk het mede-eigendom te laten behouden opdat Spanje de exportbeperkingen niet zal ontduiken. Op 23 december 1998, na een eerdere overeenkomst op 5 juni 1995, werd besloten 219 A6E's aan te schaffen voor 1,94 miljard euro; dertig daarvan te bouwen door Duitsland, 189 in licentie door Santa Bárbara Blindados in Spanje. De A6E heeft een versterkt romppantser.
  • Turkije: 339 (298+41) Leopard IIA4's, allen aangekocht uit Duitse voorraden. Lokaal gemoderniseerd door het bedrijf ASELSAN.
  • Zweden: 280 tanks: 160 Stridsvagn 121, oude A4's aangeschaft vanaf februari 1994; 120 Stridsvagn 122 besteld op 20 juni 1994 en gebouwd tussen 19 december 1996 en 2001, bepaalde componenten in licentie; van de verbetering met een langer kanon wordt voorlopig afgezien, dus de Zweedse tanks zijn nog van "A5"-versie. Alleen de Stridsvagn 122 wordt nog gebruikt, de Stridsvagn 121 zijn uitgefaseerd.
  • Zwitserland: 380 Leopard IIA4's (Zwitserse aanduiding Panzer 87). Hiervan werden 35 rechtstreeks uit Duitsland aangekocht, terwijl de overigen in licentie werden geproduceerd.

Links