Wikia


Handley Page Heyford
HPH
Type Zware bommenwerper
Land van herkomst Groot-Brittannië
Bouwfirma Handley Page Aircraft
Ontwerp George Rudolph Volkert
Productie (eerste vlucht / In productie / in dienst) 1930 / 1933-1936 / 1934-1941.
Gebruiker(s) Royal Air Force
Specificatie: Heyford IA

Afmetingen (lengte / spanwijdte / hoogte / vleugeloppervlak) 17,7 m. / 22,9 m. / 5,3 m. / 136,6 m²
Gewicht (leeg / max. startgewicht) 4173 kg. / 7666 kg.
Motor(en) 2x Rolls-Royce Kestrel II-S vloeistof gekoelde V12 motoren van 392 kW (525 pk.).
Prestaties (snelheid / plafond / bereik) 229 km/u / 6400 m. / 1481 km.
Bewapening 3x 7,7-mm Lewis machinegeweren en tot 1134 kg aan bommen.
Bemanning 4
Gebouwd 125
Gebruik (Landen) Groot-Brittannië

De Handley Page H.P.50 Heyford was een logge tweedekker met een omkapt, vast landingsgestel, die traagheid en gebrek aan efficiëntie uitstraalde. Deze indruk werd nog versterkt door het feit dat de romp aan de bovenste vleugel bevestigd was, en het grote gat tussen romp en onderste vleugel deels in beslag werd genomen door stijlen en kabels. Hierdoor kon het middenstuk van de onderste vleugel bijna twee keer dikker zijn dan gewone vliegtuigvleugels, zodat er bommen in konden worden meegevoerd. De bommen zaten daardoor ook dicht bij de grond, zodat het herbewapenen makkelijker was. De bewapening zorgde voor nog een ongewone eigenschap voor het uiterlijk van de Heyford. Eén van de drie defensieve machinegeweren van de bommenwerper zat in een 'vuilnisbak'-geschutkoepel onder de buik. Deze kon naar beneden worden neergelaten tot onder de romp, ter hoogte van de achterrand van de vleugels.

Het H.P.38 prototype maakte zijn eerste vlucht op 12 juni 1930. Succesvolle tests leidden ertoe dat het toestel geproduceerd zou worden, aanvankelijk als de Heyford Mk.I. In totaal werden er 124 toestellen aan de RAF geleverd, totdat in juli 1936 de productie eindigde. Dit aantal bestond uit vijftien Heyford Mk.I, 23 Heyford Mk.IA, 16 Heyford Mk.II en 70 Heyford Mk.III toestellen. Het belangrijkste verschil tussen de types waren de motoren. De Mk.I modellen hadden een Kestrel III motor en de Mk.II en Mk.III modellen een Kestrel VI van 477 kW. Er waren nog wel wat andere verschillen, zoals vier- in plaats van tweebladige propellers, en generatoren die door motoren aangedreven werden in plaats van door de slipstream bij de Mk.IA. De Mk.III had op de vleugel gemonteerde stoomcondensatoren en verbeterde motorbevestigingen. In november 1933 werd het type in gebruik genomen bij No.99 Squadron in Upper Heyford, Oxfordshire. Later was de Heyford in gebruik bij No.7, 9, 10, 38, 78, 97, 102, 148, 149 en 166 Squadron, totdat ze in 1939 werden vervangen door de Vickers Wellington bommenwerper. De Heyfords bleven echter ingezet worden bij opleidingseenheden totdat ze in juli 1941 als verouderd werden beschouwd. Het was de laatste tweedekkerbommenwerper die bij de RAF dienst deed.

Varianten

  • H.P.38: Prototype J9130
  • Heyford I: Uitgerust met twee Rolls-Royce Kestrel III motoren van 429 kW (575 pk.), 15 gebouwd, serienummers K3489-K3902 (laatste vliegtuig gebouwd als Mk.II prototype).
  • Heyford IA: Verbeterde motor, vier-bladige propellers, 23 gebouwd, serienummers K4021-K4043.
  • Heyford II: Uitgerust met twee Kestrel IV motoren van 480 kW (640 pk.), 16 gebouwd, serienummers K4863-K487.
  • Heyford III: Uitgerust met twee Kestrel VI van 518 kW (695 pk.), 70 gebouwd in twee series, serienummers K5180-K5199 en K6857-K6906.