Wikia


Bristol Belvedere
BB

Bristol Belvedere Type 192

Type Transporthelikopter
Land van herkomst Groot-Brittannië
Bouwfirma Bristol Aeroplane Company
Ontwerp Raoul Hafner
Productie (eerste vlucht / In gebruik / in dienst) 1958 / 1961 / 1961-1969.
Gebruiker(s)
Specificatie: Belvedere HC.1

Afmetingen (lengte / breedte rotor / hoogte / rotoroppervlak) 16,56 m. / 14,90 m. / 5,18 m. / 303,90 m².
Gewicht (leeg / max. startgewicht) 5159 kg. / 8600 kg.
Motor(en) 2x Napier Gazelle turboshaft van 1092 kW (1,465 pk.)
Prestaties (snelheid / plafond / bereik) 222 km/u / 3660 m. / 720 km.
Bewapening Geen
Bemanning 3
Gebouwd 26
Gebruik (Landen) Groot-Brittannië

De eerste Britse tandem-rotor helikopter, de Bristol Type 173, had twee Sycamore rotors plus besturingssystemen, elk aangedreven door een 429-kW (575-pk) Alvis Leonides motor. Deze dreven elk hun eigen rotor aan. De twee overbrengingen waren onderling gekoppeld. Als één motor uitviel, kon de ander beide rotoren aandrijven.

De eerste van twee prototypes, ontwikkeld naar specificatie E.4/47 van het Britse ministerie van Bevoorrading, maakte zijn eerste verticale vlucht op 3 januari 1952 met als piloot C.T.D. Hosegood. Problemen met trillingen op de grond vertraagden de voortgang tot juli. De eerste echte vlucht van de Bristol Type 173 Mk 1 vanaf Bristols vliegveld te Filton vond plaats op 24 augustus. Het toestel verscheen op de luchtshow te Farnborough in september waarna evaluatie door de RAF volgde. In 1953 nam de Royal Navy proeven met de Type 173 aan boord van het vleigdekschip HMS Eagle.

Het tweede prototype, aangeduid als Bristol Type 173 Mk 2, maakte zijn eerste vlucht op 31 augustus 1953 en werd aan de RAF overgedragen voor maritieme beproeving.

Er werden nog drie prototypes gebouwd, met de aanduiding Type 173 Mk 3, voor het ministerie van Bevoorrading. Deze waren voorzien van 639 kW (850-pk) Leonides Major motoren, hadden vierbladige metalen rotors. Alleen het eerste exemplaar kwam verder dan het stadium van grondproeven. Met verticale stilhangproeven werd op 9 november 1959 een begin gemaakt. Het derde exemplaar had een kortere romp en het landingsgestel met lange veerweg van het Bristol Type 191, de marineversie.

De RAF had behoefte aan een helikopter voor vervoer van personeel en parachutisten en voor evacuatie van gewonden. De helikopter moest ook grote vrachten kunnen vervoeren in een sling onder de romp. Daarom plaatste de RAF een order van 22 stuks voor het Type 192, later uitgebreid tot 26 stuks, alle met Napier Gazelle motoren. Het prototype dat op 5 juli 1958 zijn eerste vlucht maakte, kreeg in het ontwikkelingsprogramma gezelschap van negen preproductie exemplaren. Deze hadden oorspronkelijk houten rotorbladen en stabilo's met kielvlakken in negatieve V-stelling. Later werden ze op productiestandaard gebracht en werden aan de RAF geleverd. Daarbij kregen ze metalen rotorbladen, stabilo's in negatieve V-stelling, stuurbekrachtiging, schuifdeuren, verbeterde luchtinlaten en grotere lage-drukbanden. Het elfde toestel werd afgebouwd door Westland onder de naam Belvedere HC.MK 1 en in augustus 1961 afgeleverd aan No.66 Squadron te Odiham, later Seletar. Deze eenheid, die in maart 1969 werd opgeheven, was ook de laatste die nog Belvederes in gebruik had.

Varianten

  • Type 173: Prototype civiel transporttoestel.
  • Type 191: Project van een marineversie. Nooit gevlogen, de eerste twee toestellen werden gebruikt als testbed voor het Type 192.
  • Type 192: Militaire transporthelicopter voor de Royal Air Force, benaming was: Belvedere HC Mk 1.
  • Type 192C: Voorgestelde civiele versie met 24 zitplaatsen, nooit gebouwd.
  • Type 193: Variant voor de Royal Canadian Navy gebaseerd op de Type 191, nooit gebouwd.