Wikia


120-HM 38
120
Type Mortier
Land van herkomst Rusland
Bouwfirma
Ontwerp
Productie (ontwerp / productie / in dienst) 1937 / 1938 / 1939 - in gebruik
Gebruiker(s)
Specificatie

Afmetingen (lengte / lengte loop) 186,20 cm. / 153,60 cm.
Gewicht 477 kg. getrokken, 280,10 kg. in actie.
Kaliber 120-mm
Mondingssnelheid 272 m./sec.
Vuursnelheid 10 schoten per minuut
Aanvoer
Munitie
Elevatie 45° tot 80°
Traverse
Gebouwd
Gebruik (Landen) Rusland

De Russische 120-mm 120-HM 38 is een van de grootste succesverhalen in de geschiedenis van de mortieren. Hij werd in 1938 geïntroduceerd en tot op de dag van vandaag zijn er nog varianten van deze mortier in gebruik. De belangrijkste reden voor deze lange levensduur is de ideale combinatie van granaargewicht, mobiliteit en bereik. Bij zijn introductie werd deze mortier bedoeld als wapen op regimentsniveau voor het leveren van vuursteun in plaats van conventionele buisartillerie. Naarmate de Tweede Wereldoorlog voortduurde en er meer wapens werden geproduceerd, werd dit veranderd in bataljonsniveau.

Qua ontwerp was er niets bijzonders aan de 120-HM 38. Een eigenschap die zeer nuttig bleek, was de grote ronde grondplaat, want hierdoor kon de traverse snel worden gewijzigd. De grondplaat hoefde namelijk niet te worden ingegraven en in lijn te worden gebracht met de nieuwe vuurrichting, zoals wel het geval zou zijn geweest bij de meer conventionele rechthoekige grondplaat. Het wapen werd op een frame met wielen voortgetrokken, met de grondplaat nog aan de mortier. Vlak voor de monding van de schietbuis kon een trekoog worden bevestigd. Deze werd aan dezelfde affuit bevestigd als die van de kleinere 107-PBHM 38 mortier. Deze affuit had doorgaans een munitiekist van twintig granaten. De combinatie werd getrokken door een licht voertuig of door een span paarden.

Het was daardoor betrekkelijk gemakkelijk om een 120-HM 38 op te stellen of transportgereed te maken. Nadat het vuur was geopend, was het maastal vrij eenvoudig om te vertrekken voordat de Duitsers aan hun tegenvuur konden beginnen.

Toen de Duitsers in 1941 en 1942 tot diep in de Sovjet-Unie oprukten, waren ze zeer onder de indruk van de vuurkracht en de mobiliteit van de mortier. Omdat ze tijdens tal van schermutselingen rechtstreeks te maken kregen met de effectiviteit en mogelijkheden van het wapen, hadden ze goede redenen om aandacht te schenken aan de kracht van de granaatlading. Daarom besloten de Duitsers het ontwerp over te nemen en het zelf te produceren en te gebruiken. In de tussentijd moesten ze hun toevlucht nemen tot het inzetten van zoveel mogelijk veroverde exemplaren. Ze noemden deze de 12-cm Granatwerfer 378(r). De Duitsers gingen vervolgens een stap verder en kopieerden het ontwerp exact voor productie in Duitsland. Dit was de 12-cm Granatwerfer 42. Het model werd veel gebruikt en nam zelfs de plaats in van ondersteuningskanonnen met korte schietbuis die door sommige infanterieformaties werden ingezet. Zo kwam het dat aan beide zijden van het oostfront in principe hetzelfde wapen werd gebruikt.

De gebruikelijke granaat die door de 120-HM 38 aan beide zijden werd afgevuurd, was een hoogexplosieve (HE) granaat. Ook werden er rook- en chemische granaten geproduceerd (hoewel de chemische granaat nooit gebruikt is). De vuursnelheid kon oplopen tot tien granaten per minuut. Een batterij van vier van deze mortieren had in een zeer korte tijd dus een aanzienlijke vuurkracht. Na verloop van tijd hadden de grondplaten de neiging om 'in te zakken'. Hierdoor was het nodig om ze te vervangen. Dit werd echter deels opgelost met de verbeterde 120-HM 43. Dit model week af van zijn voorganger door zijn schokdempingsmechanisme met veerwerking bij de schietbuis/tweepootbevestiging. Het is deze versie, die verder niet verschilde van het origineel, die momenteel nog gebruikt wordt. In de loop der tijd zijn er wel enkele aanpassingen doorgevoerd in de munitie. Deze heeft nu een groter bereik dan het equivalent uit de oorlog. Een ander verschil is dat veel moderne versies nu worden voortgetrokken door diverse types gemotoriseerde voertuigen.

De Russen ontwikkelden en gebruikten ook een verbeterde 160-mm versie van de mortier, de 160-HM 43. Deze mortier was achterladend en had een trekker. Hij werd gebruikt door divisieartillerie-eenheden omdat hij een hoogexplosieve granaat van ruim 41 kilo ko, afvuren. Deze had een minimale dracht van 750 meter en een maximale dracht van 5150 meter bij een vuursnelheid van drie granaten per minuut.